Geen vrede zonder vrouwen

Dagelijks worden we via de media geconfronteerd met de schrijnende gevolgen van oorlog en gewapende conflicten. Vaak zijn dat hartverscheurende taferelen met onschuldige slachtoffers. Toch zijn er wereldwijd allerlei ontwikkelingen gaande om dit geweld uit te bannen en te voorkomen. Vrouwen spelen daarin een belangrijke rol.
Coby Meyboom


De publieke tribune van de VN Veiligheidsraad zat stampvol toen daar Resolutie 1325 op de agenda stond. Er werd veel geapplaudisseerd en vaak viel het woord ‘historisch’. En op 31 oktober 2000 was het dan zover: de resolutie werd unaniem door de Veiligheidsraad aangenomen. Internationaal is nu erkend dat vrouwen recht op bescherming hebben ten tijde van oorlog en gewapende conflicten, maar ook dat zij niet langer mogen worden buitengesloten als vredesonderhandelaars. Dit was inderdaad een historisch moment voor de vrouwenbeweging, en een mijlpaal in de geschiedenis
Het blijft overigens opmerkelijk dat Resolutie 1325, inmiddels vertaald in 72 talen, ook is aangenomen door regeringen die in eigen land weinig oog hebben voor een gelijkwaardige positie van vrouwen.

Juist vrouwen
De afgelopen eeuw was de bloedigste eeuw in de geschiedenis van de mensheid. Er vielen talloze slachtoffers, gemeenschappen werden verwoest en er werden miljarden dollars uitgegeven aan wapens. Geld dat niet voor ontwikkeling kon worden gebruikt. Kenmerkend was ook dat, behalve soldaten, juist burgers het slachtoffer werden, – maar liefst 90 procent – waarvan 70 procent vrouwen en kinderen.
Maar we mogen tegelijkertijd niet vergeten dat in de afgelopen eeuw vrouwen het nodige voorwerk hebben geleverd om een aantal positieve ontwikkelingen op gang te brengen, zoals Resolutie 1325 en de erkenning van verkrachting en ander seksueel geweld ten tijde van oorlog als oorlogsmisdaad en misdaad tegen de menselijkheid.
De verkrachtingskampen tijdens de oorlogen op de Balkan, waarvan in de media verslag werd gedaan, hebben velen van ons geschokt. Van seksueel geweld tegen vrouwen is ook sprake in de oorlogen en conflicten in Afrika en in andere continenten.
Amnesty International deed veel onderzoek op dit gebied. Hier een van de verhalen die deze mensenrechtenorganisatie optekende:
‘Ik werd ontvoerd door de aanvallers, die allemaal in uniform waren. Ze namen dozijnen meisjes, zoals ik mee . . . Overdag werden we geslagen, en zeiden ze tegen ons: “Jullie, zwarte vrouwen, we zullen jullie uitroeien, jullie hebben geen god. ’s Nachts werden we diverse keren verkracht.”
Het gaat over geweld tegen vrouwen dat tevens gebruikt wordt als strategie om de vijand te vernederen en uit te roeien. Met name tijdens de VN Mensenrechtenconferentie in Wenen (1993), waar de inzet was dat vrouwen ook mensenrechten hebben, en tijdens de Beijing Vrouwenconferentie (1995), is veel werk verzet om regeringsleiders te overtuigen seksueel geweld tegen vrouwen als misdaad te erkennen. Een speciale werkgroep, de ‘Women’s Caucus for Gender Justice’ heeft met steun van de internationale vrouwenbeweging het nodige lobbywerk verzet om deze vormen van geweld als misdaad op te nemen in de statuten van het Internationale Strafhof. In eerdere ontwerpteksten voor dit strafhof werden dergelijke misdaden nog benoemd als ‘aantastingen van de menselijke waardigheid ‘.
Ook de tijdelijke oorlogstribunalen, van Joegoslavië en Ruanda, hebben nu de mogelijkheid deze misdaden te berechten en te bestraffen. Op dit moment heeft het Internationale Strafhof diverse grote onderzoeken lopen over verkrachtingen en andere oorlogsmisdaden in Soedan (Dafur), Kongo en Ruanda
Het berechten van oorlogsmisdrijven is van groot belang voor de wederopbouw van een samenleving. Haat wordt dan niet langer van generatie op generatie overgedragen en de geweldsspiraal wordt verbroken. Of zoals Kofi Annan, Secretaris-generaal van de VN en iemand die zich enorm inzet voor duurzame vrede, het zegt: ‘Bestrijding van de straffeloosheid is een eerste vereiste om na een conflict te kunnen werken aan vrede’.

Vrouwen en vredesduiven
Van meet af aan hebben vrouwen zich ingezet om oorlog uit te bannen, zoals Bertha von Suttner deed met haar boek ‘De wapens neer’, en Aletta Jacobs, een van oprichters van de Women’s International League for Peace and Freedom (1915).
In die traditie staan ook de VN Vrouwenconferenties met als motto ‘Gelijkheid, Ontwikkeling en Vrede’. Vrede niet alleen als afwezigheid van oorlog, maar juist verbonden met ‘ontwikkeling’ en ‘gelijkheid’. Zo staat in het document van de Derde VN Vrouwenconferentie (Nairobi 1985): ‘Vrede is onlosmakelijk verbonden met de gelijkheid tussen vrouwen en mannen en met ontwikkeling’. Of zoals Wangari Maathai, winnaar van de Nobelprijs voor de Vrede in 2004, het zei: ‘Vrede sticht je niet alleen door vechtende partijen aan tafel te brengen, door een oorlog te stoppen of door de wapenproductie te bestrijden. Als we echt van de vrede willen genieten, moeten we ook veel verantwoordelijker omgaan met de natuurlijke rijkdommen, die eerlijker verdeeld moeten worden, zowel nationaal als internationaal.’
Toch zou het van naïviteit getuigen om vrouwen zonder meer als vredesduiven te bestempelen. De statistieken laten zien dat een toenemend aantal vrouwen deelneemt aan de gewapende strijd. In Nederland vormen vrouwen zo’n 10 procent van de strijdkrachten, met een streefgetal van 30 procent. Ook elders in de wereld schrikken vrouwen er niet voor terug om mee te vechten in regeringslegers en in legers van het verzet.
Sommigen, ook binnen de vrouwenbeweging, vinden het een uiting van emancipatie als vrouwen deelnemen in het leger. Bovendien blijkt dat als er meer dan 30 procent vrouwen in het leger zitten, de cultuur in het leger veel ‘zachter’ wordt. Anderen stellen daar tegenover dat het beter is zich in te zetten voor een cultuur van vrede en geweldloosheid. Het blijkt dat juist vrouwen, vanwege hun maatschappelijke positie, -zij dragen veelal de zorg voor hun gezin en familie-, meer dan mannen geneigd zijn te werken aan andere manieren van het oplossen van conflicten dan met wapens.

Voorkomen is goedkoper
Preventie van gewapende conflicten is een thema waarvoor zowel vrouwen én mannen zich van meet af aan hebben ingezet. Anno 2006 is dit nog dringender geworden. In 2000 onderschreven 189 regeringen de acht millenniumdoelen met als voornaamste inzet de halvering van de armoede in 2015. De totale wereldbevolking bedraagt ongeveer 6, 2 miljard mensen, waarvan 1,2 miljard met minder dan 1 US dollar per dag moeten zien rond te komen. Van deze armen vormen vrouwen zo’n 70 procent. Een tussentijdse evaluatie van de millenniumdoelen laat zien dat er nog veel werk verzet moet worden om deze te realiseren, ook vanwege het gebrek aan geld. De becijfering van SIPRI, een vermaard onderzoeksinstituut in Zweden, dat in 2004 wereldwijd 1,035 miljard US dollar aan bewapening is uitgegeven, vormt hiermee een schrille tegenstelling. Dat is US $162 per hoofd van de bevolking. Men schat dat met 13 miljard US dollar iedereen op deze wereld voedsel en primaire gezondheidszorg zou kunnen krijgen.
Behalve dat het voorkomen van gewapende conflicten veel goedkoper is, kan mensen veel ellende en verdriet worden bespaard.

Activiteiten in Nederland
In Nederland zijn diverse initiatieven gaande om te werken aan het voorkomen en duurzaam oplossen van dergelijke conflicten. Vanuit hun betrokkenheid bij de VN Vrouwenconferenties hebben een zevental vrouwen- en vredesorganisaties begin 2005 onder de vlag van de Nederlandse Vrouwenraad het Platform Vrouwen en Duurzame Vrede opgericht. Er wordt nauw samengewerkt met de Nederlandse coalitie People Building Peace (zie: www.peoplebuildingpeace.nl. Op deze website staat ook de Nederlandse tekst van Resolutie 1325). In juli 2005 is in New York op een internationale conferentie, georganiseerd door het internationale samenwerkingsverband People Building Peace, een wereldwijde agenda ter voorkoming van gewelddadige conflicten aangenomen. Resolutie 1325 wordt daarin genoemd als een belangrijk instrument voor de uitvoering van deze agenda. En op 19 oktober aanstaande zal de Taakgroep Vrouwen, Veiligheid en Conflict, ingesteld door de Nederlandse regering, een prijs uitreiken aan een organisatie of persoon in een conflictgebied die baanbrekend werk heeft verricht met Resolutie 1325. In het laatste nummer van Zijwind voor 2006 zullen we hieraan graag aandacht besteden.
Hoewel de berichten in de media vaak gevoelens van machteloosheid oproepen, zijn er ook andere ontwikkelingen gaande. Laten we de hoop niet opgeven dat een ándere wereld mogelijk is. Vrouwen én mannen zetten zich daar wereldwijd voor in.
Uit Zijwind nr. 2, 2006
http://www.aksa.nl/zijwind.html