Over de situatie van vrouwen tijdens de revolutie in Egypte en nu.

Een korte weergave van het verslag van Hibaaq Osman, een Egyptische vrouw die vanaf het begin actief meedeed.
In het begin van de revolutie had niemand enig idee wat er was te verwachten, maar er was wel hoop op verandering. Op 11 februari trad Mubarak af en nam het leger tijdelijk de macht over. Er werden verkiezingen beloofd en er werd van alles opgestart om die verandering in gang te zetten. Mensen voelden zich gehoord en hadden hoge verwachtingen van de toekomst.

Maar wat ik hoorde en zag was het tegenovergestelde: de stem van vrouwen, die toch in de gehele regio de revolutie leidden, werd na de revolutie niet meer gehoord. Op 8 maart 2011 tijdens de mars van (300) vrouwen op het Tahrir plein weigerden de mannen de vrouwen te ondersteunen in hun verzoek om gelijkheid en veiligheid. Terwijl diezelfde mannen tijdens de revolutie juist zo blij waren met de betrokkenheid en deelname van de vrouwen, zowel in de verzorging van gewonden, verschaffen van voedsel als hun leiderschap bij de organisatie.
Vrouwen werden, hoewel zelf geweldloos, tijdens die mars zowel lichamelijk als mentaal met geweld door bendes behandeld. Vrouwen werden geslagen, sexueel geweld vond plaats. Bij onschuldige vrouwen in de gevangenis werd de ‘maagdelijkheids-test’ gedaan, vrouwen werden valselijk beschuldigd van en gestraft voor on-kuisheid.
Er werden in de steden posters opgehangen met ‘onjuist’ geklede vrouwen, kranten gingen in de aanval tegen vrouwenrechten, zoals het bezit van een eigen paspoort en het recht om te reizen naar het buitenland zonder dat toestemming van de vader of echtgenoot vereist was.

In de overgangsraad werd geen enkele vrouw benoemd. En er werd geen enkele vrouw benoemd als provinciaal gouverneur. De reden: vrouwen kunnen vanwege de veiligheidssituatie niet de straat opgaan om de problemen met eigen ogen te zien en te horen.

Rechter Abdallah Al Baga, voorzitter van de rechtbank voor het familierecht kwam met de oproep om de wet over het recht op scheiding (door vrouwen) af te schaffen en het gebruik dat mannen hun ‘ongehoorzame’ vrouw kan verplichten binnenshuis te blijven, weer in te stellen. (Dat laatste was al in 1960 uit het wetboek geschrapt.) En dit allemaal onder het mom van de onveilige en onwettige situatie, zodat ‘geen man zou hoeven zien hoe zijn vrouw wordt gekidnapt en verkracht wordt’.

Bij de eerste conferentie, georganiseerd door de Salafis Al Nour, over vrouwen met als title ‘Women’s Role in Political Life’ was geen enkele vrouwelijke onder de sprekers.

In november 2011 werden parlementsverkiezingen gehouden. Van de 498 werden 8 vrouwen als volksvertegenwoordiger gekozen, waarvan 4 van een conservatieve islamitische partij. Tijdens de campagnes voor de verkiezingen maakten de islamitische partijen openlijk hun zorg duidelijk over deelname van vrouwen.

De revolutie beloofde zo veel aan zo veel verschillende groepen. Het beeld in de straten was dat van gelijkheid, waardigheid, hulpvaardigheid en vrijheid. Mannen, vrouwen en kinderen van alle sociale klassen en religies streden eensgezind tegen gezamenlijke issues en waren succesvol. Ze stonden naast elkaar, zongen met één stem en knielden elke dag en nacht samen in gebed. Een jaar later zijn er nog dezelfde vragen: wie zal het gaan doen en hoe? Het Egyptische volk vroeg om de meest basale dingen: scholing, veiligheid, vrijheid, werk en wetten die hen tegen geweld zouden beschermen. Terwijl in deze behoeftes niet werd voorzien, zagen we andere verwachtingen wel uitkomen. De Moslim Broederschap en de Salafis kregen de meeste stemmen en namen de macht over, waarop ze zo lang hadden gewacht.

Maar er is niet alleen kommer en kwel. De revolutie bewees de kracht en de wil van het volk. Meer dan eerder zoeken vrouwenorganisaties en activisten contact over invoeren van vrouwenrechten, vrede en veiligheid in Egypte. Nieuwe organisaties doen mee met de beweging, zoals de jeugd die heel actief betrokken was tijdens de revolutie en nu meedoet met bijeenkomsten en discussies op hoog niveau waar ze met strategische voorstellen en analyses komen.

Nu, in februari 2012, komt het Egyptische volk, jong en oud, rijk en arm, geschoold of niet, in design kleding of een gewoon kloffie, weer bijeen, omhelzend wie ze als buren en vrienden van een jaar geleden herkennen. Ze zijn er allemaal: moeders, dochters, grootmoeders en zonen. Samen in vredevolle marsen en demonstraties, zingend,met dezelfde slogans als een jaar geleden: denk niet dat we vertrekken, we blijven hier. We zijn terug gekomen naar het Tahrir plein om waardigheid en vrijheid te vragen. Wij zijn de jeugd van 25 december. Egyptenaren houden van hun land, ze willen er alles voor doen. Mensen willen niet vluchten, zij willen het hier voor elkaar krijgen. En elke keer als zij zien dat hun revolutie mis gaat, komen zij terug naar het Tahrir plein om hun eisen weer duidelijk te maken. Keer op keer, totdat hun woorden niet meer worden gehoord, maar er naar hun wordt geluisterd.

Eén ding is zeker: het meest krachtige wapen van Egypte is niet olie of goud, maar de trots, de waardigheid en de betrokkenheid van het volk. Zij hebben een ongelooflijke, onwankelbare hoop voor de toekomst. Zij zijn zonder angst en staan sterk samen. Ze geloven in vrijheid en zijn optimistisch, maar zij delen ook hun boosheid over hoe zij behandeld zijn. Zij zoeken de mogelijkheden om te veranderen, want zij houden van Egypte en willen vrede, vrijheid, en welvaart in het dagelijks leven. De nationale kracht zijn de Egyptenaren. Zij zijn er zeker van dat de revolutie hier niet eindigt. Hij is net begonnen.

Aldus Hibaaq Osman Vrij en verkort vertaald door Janny Beekman

http://www.el-karama.org/

Terug